© 1999-2015 ricardo-one

Voorgeschiedenis
Tijdens mijn politieopleiding in Lochem liep ik een sportblessure op, nl. mijn rechter knie bleef op slot zitten. In Deventer werd ik toen geopereerd, maar dat was niet succesvol. Er is in gekeken, maar niets uitgevoerd. Ik bleef na mijn opleiding last houden van mijn knie. Na injecteren (het medicament moest uit Duitsland worden gehaald) en atroscopie (kijkoperatie) werd uiteindelijk operatief een meniscus en een vetprop verwijderd. Mijn beide knieschijven hadden het uiterlijk van een maanlandschap. In de begin jaren 80 ben ik naar een specialist geweest om mijn heupen te laten onderzoeken. Daar bleek al uit de foto's dat een en ander niet goed zat. De specialist deelde toen mede dat ik op latere leeftijd wel weer eens terug zou komen omdat bleek dat de heup langzaam uit de kom groeide. Toen ik mij dan ook in 1994 bij de specialist melde, zei hij dat ik veel te vroeg was en nog lang niet voor een operatieve ingreep in aanmerking kwam. Via fysiotherapie en medicijnen moest ik mij maar op de been houden. Bij fysiotherapie Brouwer in Leeuwarden hebben ze van alles geprobeerd (o.a. zooltje) om de pijn te verlichten. In 1996 ben ik opnieuw naar het MCL Leeuwarden gegaan, omdat de pijnklachten in mijn linkerheup aanhield. Daar ben ik grondig onderzocht, botscan, MRIscan en röntgenfoto's werden er gemaakt. Ik moest toen voor een maatschap ven geneesheren verschijnen, maar die hadden eigenlijk voor mij geen positief bericht. Er was eventueel een correctie aan de stand van de heup mogelijk, maar daar zaten enkele risico's aan. Als het niet goed zou gaan, dan kan er mogelijk geen kunstheup meer ingezet worden. Ik werd doorverwezen naar een Reumatoloog en als ik de operatie wilde, moest ik dat maar kenbaar maken. Bij de Reumatoloog kwam al gauw naar boven dat ik geen vorm van reuma had. Wel kreeg ik van hem medicijnen die de pijn verzachte (TRAMAL retard 2x daags 100 mg). De volgende stap zou morfine moeten zijn, maar dat wilde ik niet. De medicijnen hadden wel tot gevolg dat ik mij niet altijd goed voelde, ik leek soms wel een verslaafde. Vanaf dat moment (maart 1998) mocht ik niet meer autorijden en drank gebruiken. Ook het werk had hieronder te lijden. Ik heb toen een second-opinion aangevraagd. Reden hiervoor was dat ik me niet op mijn gemak voelde bij het MCL. Daarnaast speelde nog mee dat mijn moeder op 18 augustus 1993 bij een medische fout in datzelfde ziekenhuis het leven liet. Via mijn huisarts, kwam ik terecht in het Academisch Ziekenhuis te Groningen waar ik werd geholpen door Dr. Schenk. Nadat ik onderworpen werd aan een lichamelijk onderzoek en de foto's werden bekeken, kwam Schenk tot de conclusie dat er een keuze gemaakt moest worden tussen een correctie of een heupprothese. Er werd nog wel een CTscan gemaakt. In maart 1999 deelde Schenk mij mede dat ik te oud was voor een correctie (dat had dan 10 jaar geleden moeten gebeuren) en te jong was voor een heupprothese (47 jaar). Daar er echter geen andere uitweg was, stelde Schenk voor om de linkerheup te voorzien van een kunstheup. Ik werd op de wachtlijst geplaatst en moest rekening houden met een wachttijd van een half jaar. Op 13 april 1999 ben ik naar een voorlichtingsdag geweest waar na het vertonen van een film over de zaken die rondom een heupoperatie afspelen werd er door deskundigen een uitleg gegeven waar rekening mee gehouden moet worden n.a.v. een operatie. Ook lagen er verschillende protheses en kon je aan een specialist, broeder of fysiotherapeut vragen stellen. Ik heb toen een machtiging meegenomen om via mijn eigen fysiotherapeut preoperatieve fysiotherapie te kunnen doen. Het leren lopen met krukken en het op conditie houden van de spieren rondom de gekwetste heup. Dit heeft mij prima voldaan. Op 14 september 1999 werd ik uitgenodigd om te verschijnen voor een preoperatief onderzoek. Daar wordt je nog eens door de molen genomen (naast geneeskundig werd ook alvast de broodmaaltijden vastgelegd en had ik een gesprek met een broeder van de afdeling waar de verpleging zou kunnen plaats vinden). Ook kwam de narcotiseur langs om de methode van narcose tijdens de operatie te bespreken. Ik gaf aan dat ik een ruggenprik wilde en de operatie wilde meebeleven. De narcotiseur gaf aan dat ik tijdens de operatie altijd nog in een kleine roes gebracht kon worden. Aan het eind van dit onderzoek moest ik verschijnen voor een grote groep 'witte jassen'. Daar werd uiteindelijk de conclusie van Dr. Schenk gedeeld dat er operatief ingegrepen moest worden. De vraag was nu wanneer. Gelukkig kon men mij mededelen dat ik op donderdag 23 september 1999 opgenomen zou worden (vanwege het feit dat vrijdag een afdelingsdagje was kon ik 's avonds naar huis maar moest mij zondagavond voor 20.00 uur melden op afdeling A4A) en dat de operatie op maandag 27 september 1999 uitgevoerd zou worden.